Aandoeningen

Incontinentie

Er zijn verschillende vormen van incontinentie (urineverlies):

  • Urineverlies bij inspanning (stressincontinentie)
  • Urineverlies bij aandrang (urge-incontinentie)
  • Gemengde incontinentie
Stressincontinentie

Met ‘stress’ wordt de druk in de buikholte bedoeld. Die druk neemt plotseling toe door het aanspannen van de buikspieren. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij niezen, hoesten, lachen, tillen, sporten of plotseling opstaan. De sluitspier van de blaas en de bekkenbodem kunnen de verhoogde buikdruk onvoldoende opvangen, met urineverlies als gevolg. Dit wordt ook wel inspanningsurineverlies genoemd.

Urge-incontinentie

Urge is het Engelse woord voor haast of aandrang. Bij aandrangincontinentie kunt u heel vaak aandrang hebben om te plassen. Dat kan zelfs ieder half uur zijn. Soms is de aandrang zo sterk of plotseling dat u het toilet niet op tijd haalt. Verandering van lichaamshouding, lopen of het geluid van stromend water veroorzaken soms ook urineverlies. Dat kan ook ’s nachts gebeuren.

Gemengde incontinentie

Er is sprake van zowel urge- als van stressincontinentie. Voor de behandeling is het belangrijk te onderzoeken van welke vorm de patiënt het meeste last heeft.

 

Stressincontinentie

Met ‘stress’ wordt de druk in de buikholte bedoeld. Die druk neemt plotseling toe door het aanspannen van de buikspieren. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij niezen, hoesten, lachen, tillen, sporten of plotseling opstaan. De sluitspier van de blaas en de bekkenbodem kunnen de verhoogde buikdruk onvoldoende opvangen, met urineverlies als gevolg. Dit wordt ook wel inspanningsurineverlies genoemd.

 

De behandeling bestaat uit bekkenfysiotherapie, behandeling overgewicht en bij onvoldoende succes een operatie.

 

Bekkenfysiotherapie

Deze behandeling kan bij stressincontinentie en urge-incontinentie worden ingezet. De therapie wordt begeleidt door gespecialiseerde bekkenfysiotherapeuten.

Bulkamid

Bij deze behandeling wordt een speciale gelei in de wand van de plasbuis gespoten, waardoor de plasbuis vernauwt.

Operatie

Lichaamseigen of kunststof materiaal wordt als een bandje onder de plasbuis gelegd, waardoor de afsluiting van de plasbuis verbeterd.

Overactieve blaas (OAB)

Een overactieve blaas is het hebben van niet te onderdrukken aandrang, met of zonder urineverlies (urge-incontinentie), meestal in combinatie met vaak moeten plassen overdag en/of ‘s nachts.

 

Behandeling OAB

Behandelingen zijn leefstijladviezen, bekkenfysiotherapie, medicatie, Botox behandeling of neuromodulatie.

 

Leefstijladviezen

  • Voldoende drinken
  • Pittige en sterk smakend voedsel kan het urineverlies verergeren.
  • Juiste toilethouding
  • Voldoende vezels eten
  • Niet teveel alcohol en/of cafeïne
  • Voorkom overgewicht

 

Bekkenfysiotherapie

Deze behandeling kan bij overactieve blaas, urge-incontinentie en stressincontinentie worden ingezet.

 

Medicatie

  • Anti-cholinergica: blokkeren zenuwsignalen, waardoor de blaas minder snel knijpt.
  • Mirabegron: zorgt voor meer ontspanning van de blaas
  • Oestrogenen: verbeteren doorbloeding, kracht en flexibiliteit van plasbuis en vaginale weefsels
  • Blaasspoelingen:
    • Een medicijn waarmee de blaas gespoeld wordt herstelt de beschermlaag van de blaas, waardoor (pijn)klachten verminderen in de onderbuik en de blaas (gepan, cystistat, ialuril spoelingen).
    • Een ander medicijn blokkeert zenuwsignalen, waardoor de blaas minder snel knijpt (oxybutynine spoelingen).

 

Botox behandeling

Na inspuiten in de blaaswand helpt Botox de blaasspier te ontspannen en plotselinge samentrekking te verminderen. Daarnaast werkt het ook in op de communicatie tussen de blaas en de hersenen. Hierdoor ervaart men minder vaak aandrang, neemt de plasfrequentie af en vermindert het urineverlies.

 

Neuromodulatie

Door de zenuwen die de blaas aansturen te prikkelen kan het functioneren van de blaas veranderen. De prikkels kunnen uitwendig gegeven worden (SANS, TENS, PTNS), maar ook inwendig (sacrale neuromodulatie).

 

 

 

 

Plasklachten bij de man

Plasklachten kunnen veroorzaakt worden door een vergrote prostaat.

Bij iedere man neemt de grootte van de prostaat vanaf het twintigste levensjaar heel langzaam toe. De mate waarin is voor iedereen verschillend. De vergrote prostaat kan de urineafvoer belemmeren. De blaas moet zich meer inspannen om de urine af te voeren. Lukt dit onvoldoende, dan kan er urine in de blaas achterblijven waardoor blaasinfecties, blaasstenen en nierfunctiestoornissen kunnen optreden.

Als de prostaat groeit, kunnen de volgende klachten ontstaan:

  • Vaker aandrang om te plassen (vooral ’s nachts)
  • De urine wil niet direct komen en soms blijft het nog wat nadruppelen
  • De straal neemt in kracht af en is soms onderbroken
  • Soms verlies van kleine beetjes urine
  • Acuut onvermogen tot plassen

Prostaatkanker

Hoe veroorzaakt de prostaat plasklachten ?
En wat is eraan te doen ?

De prostaat bevindt zich juist onder de blaas. Bij het plassen loopt de urine door de plasbuis. De overgang van blaas naar prostaat heer Blaashals. De prostaat ligt om het bovenste deel van de plasbuis heen, de plasbuis verloopt dus een stukje dwars door de prostaat. Onder de prostaat ligt de sluitspier van de plasbuis. Deze zorgt ervoor dat we urine op kunnen houden, hij gaat alleen open bij het plassen. In de prostaat komen de twee zaadleiders uit, die afkomstig zijn van de ballen en de bijballen. Buiten de prostaat lopen twee zenuwbundeltjes naar de penis. Deze zenuwen zijn belangrijk voor erecties. Bij jonge mannen weegt de prostaat ongeveer 20 gram. Gedurende het leven groeit de prostaat langzaam en kan uiteindelijk meer dan 150 gram wegen.
Het is niet zo dat alleen grote prostaten het plassen moeilijk maken; ook kleine prostaten kunnen de plasbuis vernauwen, terwijl er ook mannen zijn met een grote prostaat zonder plasklachten.

De functie van de prostaat
De prostaat is een klier die vloeistof produceert, het prostaatvocht. Het prostaatvocht komt samen met het zaad (dat in de zaadballen wordt gemaakt) tijdens de zaadlozing naar buiten (sperma). Het prostaatvocht houdt de zaadcellen in leven tijdens de tocht naar de eicel. Sperma bestaat voor het grootste deel uit zaadvocht en maar voor een klein deel uit zaadcellen. Tijdens de zaadlozing sluit de blaashals zich, waardoor het sperma niet de blaas in gaat en wel via de plasbuis naar buiten komt.

 

Erectiestoornissen

Bij erectiestoornissen heeft de man moeite met het krijgen of behouden van een erectie in die mate dat seksuele activiteiten hieronder lijden. Het is een probleem waar niet veel over gesproken wordt en wat toch vaak voor komt bij mannen.

Er zijn verschillende vormen van erectie problematiek en de behandeling en begeleiding hiervan hangt af van de oorzaak en mate van het probleem.

Grofweg delen we de oorzaken op in twee soorten: lichamelijk en psychische oorzaken.

Lichamelijke oorzaken die kunnen bijdragen in het ontstaan van erectieproblematiek zijn onder andere ziekten die van invloed zijn op de doorbloeding en zenuwen van de penis. Zoals hart en vaatziekten, suikerziekte en neurologische aandoeningen. Maar ook operaties die zenuwschade veroorzaken zoals bijvoorbeeld het verwijderen van de prostaat. Ook medicatie, roken en overmatig alcoholgebruik kunnen een rol spelen bij erectieproblemen.

Naast lichamelijke oorzaken kunnen ook psychische problematiek van negatieve invloed zijn op de kwaliteit van erecties. Onder andere faalangst, een negatief zelfbeeld of relationele problematiek kunnen een rol spelen. Ook na het overlijden van een partner of echtscheiding komt erectieproblematiek vaak voor.

In de folder erectieproblematiek kunt u meer informatie vinden.

Behandeling van erectieproblematiek

Voor de behandeling van erectiestoornissen bestaan verschillende mogelijkheden.

Psycho-/seksuologische begeleiding:

Hierbij wordt aandacht besteed aan de mogelijke psychische en relationele oorzaken van de seksuele problematiek. Er wordt ingegaan op eventuele negatieve gedachten of relationele of communicatieproblematiek. Vaak krijgen mensen thuiswerkopdrachten mee. Zoals bijvoorbeeld de ‘Sensate Focus’ opdrachten. Seksuologische begeleiding kan individueel of samen met uw partner worden ondergaan.

Medicatie

Verschillende vormen van erectiepillen zijn ontwikkeld om te helpen een erectie op te wekken. Deze middelen helpen vrij vlot en alleen bij opwinding om te vrijen. Nadat u bent klaargekomen zakt de erectie ook weer af. Er zijn bijwerkingen aan dit soort medicijnen maar meestal zijn deze mild. Echter soms mogen deze medicijnen niet worden gebruikt, bijvoorbeeld als u nitraat houdende medicijnen gebruikt bij hartklachten. Laat u dus altijd goed informeren door uw arts!
Bij sommige mannen werken erectiepillen niet voldoende. Deze mannen kunnen soms baat hebben bij injecties met medicatie in de penis zelf. Hierbij moet worden opgemerkt dat het enige tijd vergt om deze techniek aan te leren. Reken op 2-3 polikliniek bezoeken voordat u dit goed beheerst. Gemiddeld 15 minuten na injectie ontstaat een erectie de goed genoeg is om mee te vrijen. Bijwerkingen zijn over het algemeen mild: een bloeduitstorting van de huid komt het vaakst voor. Echter de meest belangrijke bijwerking is een te lang houdende erectie, indien na 4 uur er nog steeds sprake is van een erectie dient u uw arts te waarschuwen! U vindt meer informatie hierover in de folder Androskat injecties.

Hulpmiddelen

Met behulp van een elastische ring of een vacuümpomp kan ook een erectie worden bereikt. Voordeel hiervan is dat er nauwelijks bijwerkingen zijn. Belangrijks is wel de ring na 30 minuten te verwijderen om de natuurlijke bloeddoorstroming weer te laten herstellen.
Indien alle vormen van medicatie en hulpmiddelen geprobeerd zijn maar niet effectief zijn gebleken komen sommige mannen in aanmerking voor een erectieprothese. Hierbij worden operatief kunststof staven of opblaasbare cilinders in de zwellichamen geplaatst.

Hydronefrose

De nieren maken urine en dit wordt via de urineleider ( ureter) afgevoerd naar de blaas. Indien de urine niet afgevoerd kan worden, zal dit zich ophopen in de nier en zal de nier gaan uitzetten( hydronefrose). Indien dit acuut gebeurt kan dit tot heftige krampende aanval in de flank leiden. Wanneer de afvloedbelemmering wat langer in de loop van de tijd ontstaat, kan er een wat zeurende gevoel in de flank zijn of zelfs geen klachten. Indien de afvloedbelemmering lang genoeg bestaat, kan dit uiteindelijk schade voor de nier opleveren.

 

Wat is de oorzaak

Er kunnen verschillende oorzaken van hydronefrose zijn, zoals:

  • Nierstenen.
  • UPJ stenose: een aangeboren vernauwing van de overgang van de nier naar urineleider.
  • Retroperitoneale fibrose: onbekend littekenvorming rondom de urineleider.
  • Na bestraling (radiotherapie).
  • Na buikoperaties.
  • Dichtdrukken van de urineleider van buitenaf door bijvoorbeeld vergrote klieren.
  • Blaas, prostaat of urineleiderproblemen.
Wat is de behandeling

De behandeling van hydronefrose bestaat uit 2 aspecten:

  • Opheffen van de afvloedbelemmering voor behoud van nierfunctie.
  • Definitief oplossen van de oorzaak.

Het opheffen van de hydronefrose kan op 2 manieren:

  • Het inwendig aanbrengen van een drain, een JJ-katheter.
  • Het uitwendig aanbrengen van een drain, een nefrostomie-katheter.

Afhankelijk van de oorzaak/ziektebeeld, zal de uroloog dit in overleg met u bepalen.

 

Vernauwde voorhuid

Aan het eind van de penis zit de eikel. Deze is erg gevoelig. Er zit een dun, rekbaar stukje huid overheen: de voorhuid. De voorhuid zit aan de achterkant aan de penis vast met een soort ‘riempje’.

Bij de geboorte zijn de voorhuid en de eikel vaak tot een geheel verkleefd. Met het ouder worden komt dit vanzelf los. Vanaf de leeftijd van 4 jaar kan de voorhuid bij de meeste jongens voorzichtig worden teruggeschoven.

Een vernauwde voorhuid ontstaat meestal door een huidafwijking. Dit hoeft geen klachten te geven. Wel kan het hierdoor moeilijk zijn om de eikel goed schoon te maken.
Ook de volgende klachten kunnen ontstaan:

  • Belemmeren van het plassen (ballonplassen: de voorhuid gaat dan bol staan tijdens het plassen of plassen met een slappe straal).
  • Ontsteking van de eikel en de voorhuid.
  • Pijn aan de eikel of bij het plassen.
  • Vaak kleine beetjes plassen.
Behandeling

De operatie duurt twintig tot dertig minuten. De verdoving kan algeheel zijn (narcose), of met een ruggenprik of plaatselijk. Na de verdoving wordt de penis gedesinfecteerd, waarna de omgeving met steriele doeken wordt afgedekt. Tijdens de operatie wordt de voorhuid verwijderd. Aan de basis van de eikel worden oplosbare hechtingen geplaatst. Deze hechtingen lossen na zeven tot tien dagen vanzelf op. Na de operatie wordt de penis verbonden.

 

Blaaskanker, niet spierinvasief

Tumoren in de blaas zijn in principe kwaadaardig. Het overgrote merendeel heeft een oppervlakkige groeiwijze en blijft beperkt tot het slijmvlies van de blaas.

Ze worden d.m.v. een kleine operatie door de plasbuis in hun geheel verwijderd. (TUR-Blaas / TUR-Tumor). Het weggenomen weefsel wordt altijd door de patholoog anatoom onderzocht; dan is het exacte type bekend.

Blaastumoren kunnen terugkomen. Dit gebeurt bij ongeveer 50% van de patiënten. Daarom volgen na de operatie altijd periodieke nacontroles waarbij in de blaas wordt gekeken (cystoscopie). Bij sommige types van blaastumoren biedt de uroloog blaasspoelingen aan. Deze zijn bedoeld om de kans op het terugkomen van tumoren te verminderen.

Er zijn meerdere middelen die voor blaasspoelingen worden gebruikt. De uroloog bepaalt welk middel en hoeveel blaasspoelingen er nodig zijn. Zo heb je de soorten blaasspoelingen BCG en Mitomycine. BCG-spoeling maakt het immuunsysteem alerter tegen afwijkingen in de blaas. Mitomycine is een celdodende stof die tumorcellen aanvalt.

 

Nierkanker

Wat is Nierkanker?

Nierkanker is een kwaadaardige tumor in de nier. Een kenmerk van kwaadaardigheid is dat het zieke weefsel kan uitzaaien (metastaseren). Daarom is het van belang een niertumor vroeg te herkennen en te behandelen. Nierkanker geeft in het beging nauwelijks klachten. Gelukkig worden de meeste niertumoren toch vroeg opgespoord. Bijvoorbeeld bij onderzoek naar aanleiding van bloed in de urine, of als een Echo of CT om een andere reden werd gemaakt.

Veel zwellingen en cysten van de nier zijn niet kwaadaardig (zie niercysten link). Om het onderscheid tussen goedaardige tumor en kwaadaardige tumor te maken is altijd een scan nodig.

UCT is hét Centrum in Twente voor de behandeling van nierkanker. De Urologen, de Oncologen de Radiologen en de Radiotherapeuten bieden in nauwe samenwerking het hele scala van diagnostiek en alle moderne behandelingen. In de meeste gevallen kunnen wij genezing bereiken. Nierkanker komt in verschillende verschijningsvormen voor. Meestal met één tumor aan één nier, soms met meerdere tumoren in één nier, heel soms aan beide nieren. De mate van kwaadaardigheid varieert sterk, soms blijkt de ziekte bij het ontdekken ervan uitgezaaid te zijn naar andere organen.

Diagnostiek / Onderzoeken

Voor diagnostiek staat de modernste Echo-, CT- en MRI-apparatuur ter beschikking.
De diagnose wordt vrijwel altijd op basis van een CT of MRI gesteld. Bij voorkeur wordt
niet in een niertumor geprikt voor weefselonderzoek.

Multi Disciplinair Overleg (MDO / Oncologie-commissie)

Als de tumor in kaart is gebracht wordt de patiënt besproken in het Multi Disciplinair Overleg (MDO of Oncologie-commissie ): een team van specialisten, Urologen, Oncologen, Radiotherapeuten, versterkt met Radioloog en Patholoog bespreekt aan de hand van voorgeschiedenis, persoonlijke situatie en de uitkomsten van alle onderzoeken welke behandeling het best toegepast kan worden.

Behandelingen
Afwachtend beleid

Soms kan afgewacht worden. Als een tumor klein is, of weinig kwaadaardige kenmerken heeft, vaak in combinatie met hoge leeftijd of kwetsbaar gestel van de patiënt, is het veiliger af te wachten en niet de risico’s van een behandeling te nemen. De uroloog zal de patiënt dat met regelmaat terugzien voor vervolgonderzoek.

Operatieve Behandeling

Operatieve behandelingen van Nierkanker wordt in het Medisch Spectrum Twente te Enschede uitgevoerd. MST heeft alle typen behandeling voor nierkanker in huis. Bij een kleine tumor kan gekozen worden voor Radio Frequency Ablation (RFA). Hierbij wordt door de Radioloog op minimaal invasieve wijze onder Echo- of CT-geleiding de tumor inwendig inwendig verschrompeld.

Bij een grotere tumor wordt een Kijkoperatie of Laparoscopie, meestal da Vinci Robot geassisteerd, geadviseerd. Meestal niersparend, dat wil zeggen dat de tumor met een ruime marge uit de nier wordt gepeld, zodat de functie van de nier behouden blijft.

(Partiële Laparoscopische Nefrectomie)
Als de tumor te groot is voor niersparende benaderingen wordt de hele nier weggenomen. Gelukkig kan een mens goed verder leven met de resterende nier.

(Totale Laparoscopische Nefrectomie)
Soms groeit een niertumor tot in de niervaten of tot in de holle ader (vena Cava). Ook dan kan geopereerd worden, in samenwerking met onze Vaarchirurgen of Thoraxchirurgen. In geval de tumor uitgaat van de binnenbekleding van het nierbekken (pyelum) of de urineleider (ureter) wordt met de nier ook de Urineleider weggenomen.

Chemotherapie of Immunotherapie

Als een tumor uitgebreid en/of uitgezaaid blijkt te zijn kan in het MDO besloten worden te
behandelen met chemotherapie of Immunotherapie. Chemotherapie valt onder de
verantwoordelijkheid van de Internist Oncologen. Voor chemotherapie is niet altijd een
infuus nodig, Tegenwoordig zijn er krachtige tumorbestrijdingsmiddelen in tabletvorm.
Onze Oncologen hebben ruime ervaring op dit gebied en beschikken een op
chemotherapie gespecialiseerde verpleegafdeling.