Indien er sprake is van een niet spierinvasieve vorm van blaaskanker met een hoog risico op terugkeer of verergering van de ziekte kan er gekozen worden voor blaasspoelingen om dit risico te verminderen.
Een blaasspoeling met chemotherapie kan bestaan uit Mitomycine. Dit middel kan de
celgroei remmen doordat ze de celdeling blokkeren. Daardoor kunnen de kankercellen zich niet meer vermenigvuldigen.
Mitomycinespoelingen worden door de uroloog op 2 manieren gebruikt.
Nadat de uroloog de blaastumor uit de blaas heeft gesneden middels een TUR (transurethrale resectie) wordt, als er geen complicaties zijn, bij oppervlakkige blaastumoren, de blaas gespoeld met het chemotherapeuticum Mitomycine.
Het doel van deze blaasspoeling is het vernietigen van achtergebleven microscopische of circulerende tumorcellen, waardoor het risico op een recidief (terugkeer van de tumor) wordt verkleind. Dit wordt alleen gedaan als de operateur ervan overtuigd is dat er door de blaasspoeling geen extra kans is op complicaties, zoals bijvoorbeeld een perforatie (het doorbreken) van de blaaswand.
Afhankelijk van de kans op terugkeer van de blaastumor of verergering van de ziekte kan besloten worden tot een nabehandeling met een aantal blaasspoelingen. Bij een blaasspoeling wordt er via een katheter in de plasbuis een vloeistof met medicijnen in uw blaas gebracht. Er zijn meerdere middelen die voor blaasspoeling worden gebruikt. Mitomycine (een chemotherapeuticum) wordt hiervoor gebruikt afhankelijk van soort en ernst van de gevonden blaastumor.
Andere voorbeelden van spoelingen met een chemotherapeuticum zijn Gemcitabine en Epirubicine.