Na een radicale verwijdering van de prostaat vanwege prostaatkanker kunnen mannen incontinent zijn voor urine. Vaak treed er nog voldoende herstel op middels ondersteunende fysiotherapie oefeningen kunnen de meeste mannen voldoende droog worden.
Echter bij sommige mannen blijft er een ernstige vorm van urineverlies bestaan. Deze mannen zouden baat kunnen hebben bij een Male Sling operatie. Allereerst zullen er meerdere onderzoeken plaats vinden om de hoeveelheid en ernst van het urineverlies goed in te schatten (Mictie/incontinentielijst, Pad-test) er wordt ook een Blaasspiegeling (Cystoscopie) ingepland om de kwaliteit van de plasbuis en kringspier in te schatte en om uit te sluiten dat er sprake is van plasbuisvernauwingen.
De operatie zelf bestaat uit het plaatsen van een kunststof bandje onder de plasbuis om het natuurlijke afsluitingsmechanisme van de plasbuis te ondersteunen. Dit vind plaats middels een benadering tussen de balzak en de anus (het perineum). Na de operatie kunnen de meeste mannen de dag nadien zonder katheter al naar huis. Nadien dient de patiënt zich tijdelijk aan een aantal specifieke leefregels te houden.
Doel van deze operatie is om uw plasklachten te verhelpen, door het verwijderen van de goedaardige zwelling van de prostaat. Het kapsel van de prostaat blijft zitten.
Er wordt een snee in de onderbuik gemaakt. De uroloog verwijderd vervolgens door de blaas en door het prostaatkapsel heen het verdikte prostaatgedeelte.

Brachytherapie van de prostaat
Als er bij een man een ingekapseld prostaatkanker wordt gevonden kan één van de genezende behandelingen inwendige bestraling van de prostaat (Brachytherapie) zijn.
Deze genezende behandeling is alleen geschikt als de tumor in de prostaat niet te groot is en er geen of nauwelijks klachten met betrekking tot het plassen zijn. Lang niet iedereen is geschikt voor deze therapie. Als uw behandelend uroloog en het oncologisch team denkt dat u voor deze therapie in aanmerking komt, zal er een afspraak gemaakt worden bij het brachyteam (uroloog en radiotherapeut) dat zal kijken of deze behandeling inderdaad kan.
Bij inwendige bestraling plaatst de radiotherapeut oncoloog in samenwerking met de uroloog naalden met hele kleine radioactieve zaadjes in de prostaat. Dit gebeurt via de huid tussen anus en balzak. Het is een relatief kleine ingreep, die onder narcose plaatsvindt, tijdens een korte opname in het MST. Er is inmiddels uitgebreide ervaring met deze techniek in het MST.
Het voordeel van deze techniek is dat er minder gezond weefsel bestraald wordt dan tijdens de uitwendige bestraling en dat de bestralingsdosis hoger is. Bij prostaatkanker wordt jodium-125 gebruikt. Na een half jaar is de straling grotendeels uitgewerkt. De zaadjes blijven in de prostaat. Van de bestraling zelf voelt u niets. De eerste maanden na de inwendige bestraling kunt u tijdelijk plasklachten hebben. Deze klachten kunnen met medicijnen worden verminderd. Van alle patiënten heeft 2 – 10% in het jaar na de ingreep tijdelijk een urinekatheter nodig. De kans op erectieproblemen na vijf jaar is ongeveer 50%, met name de mate van stijfheid van de penis wordt minder. Incontinentie komt vrijwel niet voor. Tijdens de behandeling bent u onder controle van de radiotherapeut oncoloog en uroloog van MST.
Als er prostaatkanker is vastgesteld, kan het soms nodig zijn om de lymfeklieren uit de onderbuik te verwijderen.
De ingreep is bedoeld om te beoordelen of de tumor beperkt is gebleven tot de prostaat of dat tumorcellen zich hebben verspreid door het lichaam. Dit verspreiden van tumorcellen gebeurt via de lymfebanen en/of via het bloed. Uitzaaiingen zullen daarom als eerste in de aangrenzende lymfeklieren worden aangetroffen.
Deze operatie maakt geen deel uit van de eigenlijke behandeling van de prostaatkanker, maar geeft informatie die nodig is om te beslissen welke behandeling geadviseerd wordt.
Via een sneetje onder de navel wordt een holte in de onderbuik gemaakt. Deze holte wordt opgeblazen met koolzuurgas om ruimte te maken en voldoende zicht te hebben op het operatiegebied. Daarna worden er drie tot vijf buisjes met een dikte van een halve tot één centimeter in de onderbuik ingebracht. Door één van de buisjes wordt een camera ingebracht zodat de uroloog op een televisiescherm het operatiegebied kan zien. Door de camera wordt het beeld ongeveer tien keer vergroot ten opzichte van het blote oog. Door de andere buisjes worden de instrumenten ingebracht waarmee wordt geopereerd.
De lymfeklieren in het kleine bekken worden op deze manier vrij gemaakt waarna deze worden verwijderd. De verwijderde klieren worden opgestuurd naar het pathologielaboratorium en door de patholoog onderzocht op eventueel aanwezige uitzaaiingen. Na de operatie wordt soms een drain achtergelaten om wondvocht weg te laten lopen.
De operatie duurt ongeveer 1-1,5 uur. Soms lukt de operatie niet via een kijkoperatie. De uroloog besluit dan alsnog om via een buiksnede te opereren.
Een spermatocèle, hydrocèle en varicocèle zijn goedaardige oorzaken van een zwelling van de balzak.
Deze zwellingen kunnen zo hinderlijk zijn dat de uroloog samen met u heeft besloten de zwelling operatief te behandelen. De operatie gebeurt in een dagopname. Dit betekent dat u meestal dezelfde dag weer naar huis gaat.
Tijdens de operatie van de spermatocèle en hydrocèle maakt de uroloog een sneetje in de balzak.
Bij de operatie van de varicocèle wordt via een klein sneetje in de onderbuik de bloedvaten opgezocht en afgebonden. Ditzelfde sneetje kan ook worden gemaakt in de lies of in de balzak (scrotum).
De nazorg van deze ingrepen is vrijwel gelijk.
De continentieverpleegkundige is een gespecialiseerd verpleegkundige. Zij biedt een luisterend oor en kan u begeleiden en adviseren.
Sommige mensen hebben last van het ongewild verliezen van urine, ook wel urine-incontinentie genoemd. Anderen kunnen juist niet goed uitplassen en daardoor blijft er urine achter in de blaas, dan spreken we over urine-residu. De zorg voor urine-incontinentie en urine-residu heet continentiezorg.
De continentieverpleegkundige is een gespecialiseerd verpleegkundige. Zij biedt een luisterend oor en kan u begeleiden en adviseren.
Tijdens het verpleegkundig spreekuur continentiezorg kan de zij u helpen bij de volgende zaken:
U bent bij meerdere specialismen in het ziekenhuis in behandeling en krijgt veel informatie van verschillende behandelaars. Dan kan het prettig zijn dat u één aanspreekpunt heeft in ons ziekenhuis die u ondersteunt om de grip weer terug te krijgen. Dit noemen we een casemanager.
De casemanager is een vaste begeleider voor u en uw naasten.
De casemanager begeleidt, denkt mee, adviseert en helpt keuzes te maken. Hij / zij biedt u ook een luisterend oor en emotionele begeleiding. Het doel is om u te ondersteunen bij het grip krijgen op uw behandelproces en u te helpen eigen keuzes te maken.
De casemanager is een verpleegkundige of soms een verpleegkundig specialist. Het casemanagerschap doen zij naast hun normale werkzaamheden op een polikliniek of verpleegafdeling. Al deze verpleegkundigen zijn geschoold in het casemanagerschap. De frequentie van de bezoekmomenten en/of telefonisch contact wordt samen met u afgestemd.
Samen met u en uw naasten inventariseert de casemanager aan welke vorm van ondersteuning en zorg u behoefte heeft.
Indien er is besloten om de prostaat met een operatieve ingreep te verkleinen zodat de plasklachten verminderen, wordt een transurethrale enucleatie van de prostaat verricht. Deze ingreep kan met verschillende lasers maar ook met bipolaire energie worden verricht.
TUEP
Bij een enucleatie met bipolaire energie wordt het prostaatklierweefsel losgemaakt van het prostaatkapsel. Hierbij worden bloedvaatjes die vanuit het kapsel naar het klierweefsel lopen selectief doorgenomen en dicht gebrand. Hierdoor is de operatie wel iets bloederiger dan een laservaporisatie maar minder bloederig dan een gewone Tur prostaat. Nadat het klierweefsel grotendeels los ligt van het prostaatkapsel, kan eenvoudig en zonder bloeden het klierweefsel worden verkleind en uitgespoeld. Zo proberen we de hele klier uit de prostaat te halen waardoor er een fraaie, grote en gladde holte ontstaat.
Na de operatie zal hierdoor het plassen een stuk gemakkelijker gaan. Het wondgebied wordt na ongeveer vier tot zes weken weer bekleed met nieuw plasbuisslijmvlies.
Blaastumoren zijn in principe kwaadaardig zijn, hoewel zij vaak beperkt blijven tot het slijmvlies van de blaas. Ze kunnen door middel van een kleine operatie door de plasbuis in hun geheel verwijderd worden.
Echter bij een deel van de patiënten zullen ze terugkeren, waarbij ze soms langzaam kwaadaardiger worden en verder de blaaswand ingroeien. Daarom is het vaak niet voldoende om uitsluitend de tumoren te verwijderen.
Met behulp van blaasspoelingen is het mogelijk de kans, dat deze tumoren terugkomen, te verkleinen. Er zijn meerdere middelen die voor blaasspoelingen worden gebruikt. Welk middel noodzakelijk is, wordt zorgvuldig door de uroloog bepaald.
Eén van die middelen is het cytostaticum (celdodend middel) Gemcitabine.
Bij een pyelumplastiek wordt een deel van het nierbekken alsmede het vernauwde deel van de urineleider verwijderd.
Er wordt een nieuwe aansluiting tussen nierbekken en urineleider gemaakt. Tijdens de ingreep wordt een dun plastic slangetje (JJ katheter) tijdelijk in de urineleider gebracht om de nieuwe aansluiting tussen urineleider en nierbekken te beschermen en de afvloed van urine te garanderen.
