Dit is een eenvoudige en relatief weinig belastende operatietechniek bij stressincontinentie, waarbij een niet oplosbaar kunststofbandje onder de plasbuis wordt aangebracht.




De volgende methodes worden gebruikt:
Beide technieken hebben hun eigen voor- en nadelen.
Het succespercentage is hoog. Ongeveer tachtig procent van de vrouwen heeft geen last meer van stressincontinentie. Ongeveer tien procent heeft duidelijk minder klachten, maar bij ongeveer tien procent helpt het niet.
Indien een plasbuisvernauwing relatief kort is en de overige plasbuis gezond kan met een inwendig onderzoek van de plasbuis de vernauwing worden ingesneden. Deze ingreep gebeurd meestal met een ruggenprik of totale narcose. Na de operatie wordt een plasbuiskatheter geplaatst welke kortdurend blijft zitten en meestal dezelfde dag of de dag na de operatie al kan worden verwijderd. Na een aantal weken komen patiënten na deze ingreep op controle met een plasstraal meting (flowmetrie).
Soms wordt de plasbuisvernauwing niet ingesneden maar opgerekt door de uroloog of door de patiënt zelf. Dit kan meerdere reden hebben:
Bij het oprekken van de plasbuis wordt door middel van metalen staafjes (indien de uroloog dit uitvoert) of door kunststof katheters (indien patiënt zelf de handeling uitvoert) de plasbuisvernauwing langzaam opgerekt. Hierdoor wordt de opening van de plasbuis groot genoeg gehouden om een goede plasstraal te garanderen.
Soms is een vernauwing van de plasbuis te ernstig of er is al sprake geweest van een eerdere plasbuisinsnijding. De kans op een goed resultaat van een endoscopische plasbuisinsnijding wordt dan klein. Een betere lange termijn resultaat wordt dan bereikt door het zieke deel van de plasbuis te verwijderen en de plasbuis weer te herstellen, soms met gebruik van stukjes wangslijmvlies. Deze operatie is ingrijpender maar behaalt wel betere resultaten. Afhankelijk van de aangedane plek en de lengte van de plasbuisvernauwing wordt er een plan gemaakt voor de hersteloperatie en tevoren met de patiënt besproken.
Indien er sprake is van een niet spierinvasieve vorm van blaaskanker met een hoog risico op terugkeer of verergering van de ziekte kan er gekozen worden voor blaasspoelingen om dit risico te verminderen.
Een blaasspoeling met chemotherapie kan bestaan uit Mitomycine. Dit middel kan de
celgroei remmen doordat ze de celdeling blokkeren. Daardoor kunnen de kankercellen zich niet meer vermenigvuldigen.
Mitomycinespoelingen worden door de uroloog op 2 manieren gebruikt.
Nadat de uroloog de blaastumor uit de blaas heeft gesneden middels een TUR (transurethrale resectie) wordt, als er geen complicaties zijn, bij oppervlakkige blaastumoren, de blaas gespoeld met het chemotherapeuticum Mitomycine.
Het doel van deze blaasspoeling is het vernietigen van achtergebleven microscopische of circulerende tumorcellen, waardoor het risico op een recidief (terugkeer van de tumor) wordt verkleind. Dit wordt alleen gedaan als de operateur ervan overtuigd is dat er door de blaasspoeling geen extra kans is op complicaties, zoals bijvoorbeeld een perforatie (het doorbreken) van de blaaswand.
Afhankelijk van de kans op terugkeer van de blaastumor of verergering van de ziekte kan besloten worden tot een nabehandeling met een aantal blaasspoelingen. Bij een blaasspoeling wordt er via een katheter in de plasbuis een vloeistof met medicijnen in uw blaas gebracht. Er zijn meerdere middelen die voor blaasspoeling worden gebruikt. Mitomycine (een chemotherapeuticum) wordt hiervoor gebruikt afhankelijk van soort en ernst van de gevonden blaastumor.
Andere voorbeelden van spoelingen met een chemotherapeuticum zijn Gemcitabine en Epirubicine.
Indien er sprake is van een niet spierinvasieve vorm van blaaskanker met een hoog risico op terugkeer of verergering van de ziekte kan er gekozen worden voor blaasspoelingen om dit risico te verminderen.
Een blaasspoeling met immunotherapie kan bestaan uit BCG (Bacillus Calmette- Guérin) een verzwakte tuberkelcelbacterie. Wij spoelen weliswaar met een verzwakte tuberkelcelbacterie, maar toch kan deze als hij in de bloedbaan komt aanleiding geven tot Tuberculose. Deze spoeling wordt dan ook nooit gegeven als er sprake is van een wond in de blaas of in geval van een blaasontsteking.
Deze spoelingen worden poliklinisch gegeven via een katheter in de blaas. Hierbij wordt een schema aangehouden waarbij de eerste serie bestaat uit 6 spoelingen die elke week worden gegeven (inductie) en nadien er een serie onderhoudsspoelingen om de 3 maanden die elke week drie weken aaneen worden gegeven (onderhoud). Tussen de series van spoelingen door vindt controle van de blaas plaats door middel van een cystoscopie (blaasspiegeling) en controle van de cellen in de urine.
De Da Vinci Xi Robot is de allernieuwste versie van een operatierobot. De Da Vinci Xi Robot wordt ingezet voor het verwijderen van de prostaat omdat er sprake is van prostaatkanker.
Bij een operatie met de Da Vinci Xi Robot wordt in principe hetzelfde gedaan als bij de ‘klassieke kijkbuisoperatie’: de prostaat inclusief zaadblazen worden verwijderd en er wordt een nieuwe aansluiting gemaakt tussen de blaas en de plasbuis.
Een robot prostaatoperatie is in feite een kijkoperatie (laparoscopie). Om voldoende werkruimte in de buikholte te krijgen wordt, net zoals bij de gewone kijkoperatietechniek voor aanvang van de ingreep eerst de buik opgeblazen met koolzuurgas (CO2) Daarna worden er buisjes (0,5-1cm dikte) in de buik gebracht. Via één van de buisjes wordt een robotcamera ingebracht. Door de andere buisjes microchirurgische instrumenten (pincetjes, schaartjes e.d.) Deze fijne instrumenten zitten vast aan zeer wendbare robotarmen.
De uroloog zit tijdens de operatie achter een bedieningspaneel en kijkt via een speciale camera in de buikholte. Het camerabeeld is driedimensionaal en heeft een beeldvergroting van 10-20 maal ten opzichte van het blote oog. Elk detail van het operatiegebied wordt zo uitvergroot gezien. Met behulp van joysticks bestuurt de uroloog de robotarmen. De robot werkt zeer nauwkeurig en is trillingvrij. Grote bewegingen worden door de robot omgezet in kleine fijne bewegingen, en de gewrichtjes van de operatieinstrumenten kunnen meer dan 360° graden draaien. Hierdoor kan in een kleine ruimte in het lichaam, zoals in het bekken, bijzonder nauwkeurig geopereerd worden.
De Da Vinci Xi Robot voert geen zelfstandige handelingen uit. De uroloog bestuurt de robotarmen. De robot is alleen geactiveerd wanneer de uroloog zijn hoofd dicht bij het beeldscherm heeft; wanneer hij zijn hoofd terugtrekt, wordt de robot automatisch uitgeschakeld.
Om de prostaat te verwijderen is het nodig één van de sneetjes iets groter te maken (gemiddeld 3 cm). Aan het einde van de operatie wordt het koolzuurgas uit de buik verwijderd, en de wondjes met (oplosbare) hechtingen gesloten.
Soms is het nodig om ook een lymfeklierpakket te verwijderen. Tijdens de operatie is er een nieuwe aansluiting gemaakt tussen de blaas en het overgebleven gedeelte van de plasbuis. Om deze nieuwe verbinding goed te laten genezen krijgt u voor 1-2 weken een urinewegkatheter.
Vezelrijke voeding is van belang, omdat dit voor een goede darmwerking zorgt.
Meestal is het voldoende om met een verstandige keuze van voedingsmiddelen het vezelgehalte van uw voeding te verhogen. Ruim vocht is hierbij belangrijk.
Een groot deel van onze voedingsmiddelen bevat van nature voedingsvezels. Dit zijn plantaardige bestanddelen, die in de maag en darm niet kunnen worden verteerd. De voedingsvezels bereiken onveranderd de dikke darm, waar ze uiteindelijk via de ontlasting het lichaam verlaten. Ze hebben de positieve eigenschap vocht vast te houden. Een grotere hoeveelheid ontlasting geeft bovendien een prikkel aan de darm om te bewegen (peristaltiek).
Bij een vezelrijke voeding wordt 10-15 gram extra aan vezels geadviseerd, met een minimum van 30-40 gram. Raadzaam is de hoeveelheid vezels geleidelijk te verhogen en tenminste 2 liter vocht per dag te gebruiken. Daarnaast zijn regelmaat en voldoende lichaamsbeweging belangrijk voor een goede darmwerking.
1. Gebruik voldoende vezels.
2. Drink voldoende vocht, tenminste 2 liter per dag.
3. Begin de dag met een stevig ontbijt.
4. Zorg voor een regelmatig eetpatroon, dat wil zeggen 3 hoofdmaaltijden per dag.
5. Zorg voor voldoende lichaamsbeweging.
6. Gun u zelf voldoende tijd om naar het toilet te gaan.
7. Neem geen laxeermiddelen/vezel preparaten buiten medeweten van uw arts. Indien uw specialist extra oplosbare vezels voorschrijft, meestal plantaardige psylliumvezels, neem ze dan in met een groot glas water. De darm zal hier eerst aan moeten wennen, wat vaak een tijdelijke toename van buikklachten geeft, een opgeblazen gevoel of een verandering van het ontlastingspatroon. Wanneer gedurende 4 weken op een vast tijdstip de vezels worden ingenomen, ontstaat eer vaak een sterke verbetering van het ontlastingspatroon en een vermindering van het ongemakkelijke gevoel in de buik. Op deze manier traint u uw darmen weer tot een normale stoelgang
8. Probeer bij chronische diarree niet bij elke aandrang naar de wc te lopen. Op deze manier traint u uw darmen weer toe tot een normale stoelgang.