Een mictielijst (of plaslijst) geeft inzicht in uw vochtinname en uw plaspatroon. Deze gegevens heeft de uroloog nodig voor het stellen van een diagnose en het maken van een behandelplan, bij plasklachten en / of urineverlies.
Middels een mictielijst houdt u twee volledige dagen (dag en nacht) uw plasgedrag bij. Dit mogen twee aansluitende dagen zijn, maar dat hoeft niet. U begint met meten als u s’ ochtends opstaat en gaat door tot de volgende ochtend. De plassen die u overdag doet, noteert u in de linker kolom, de plassen die u doet nadat u naar bed bent gegaan, noteert u in de rechter kolom. Plas gedurende deze dag telkens in een maatbeker en noteer na iedere keer de volgende gegevens:
Tijdstip: het tijdstip waarop u hebt geplast.
Hoeveelheid: de hoeveelheid die u hebt geplast, dit mag afgerond worden op 25 ml.
Urineverlies: dit hoeft alleen ingevuld te worden als de uroloog dit van u vraagt. U vult in of u in de periode tussen de vorige plas en deze plas urineverlies heeft gehad: – geen verlies, + weinig verlies, ++ veel verlies, +++ drijfnat.

Bij mannen met plasklachten zal de uroloog een aantal onderzoeken willen doen:
IPSS en mictielijst
Om de plasklachten in beeld te brengen wordt gebruik gemaakt van een vragenlijst (IPSS).
Het is belangrijk een beeld te krijgen van hoe vaak men plast, en hoeveel urine er dan komt. Hier worden plaslijsten voor gebruikt (Mictielijst).
Straalmeting / uroflowmetrie
Met een straalmeting wordt de kracht van de straal gemeten. Hiervoor moet u met gevulde blaas op de poli komen en in een elektronische meettrechter plassen. Daarna wordt met een echo de hoeveelheid urine gemeten die misschien na het plassen achter bleef in de blaas.
Cystoscopie / Blaasspiegelingsonderzoek
Soms zal de uroloog willen weten hoe de plasbuis, het gedeelte van de plasbuis in de prostaat en hoe de blaas er van binnen uitzien. Dit om vernauwingen en andere afwijkingen op het spoor te komen, en om er achter te komen hoe de situatie bij een eventuele prostaatoperatie zal zijn.
Uro-Dynamisch-Onderzoek
Soms is het nuttig de kracht van de blaasspier zelf te meten. Dit gebeurt met een zogenaamd Uro-Dynamisch-Onderzoek, kortweg UDO. Tijdens dit onderzoek van een half uur wordt de blaas langzaam gecontroleerd gevuld terwijl drukmeting plaatsvindt in blaas en endeldarm. De kracht van de blaas en de mate van obstructie wordt dan in een grafiek uitgedrukt.
Een cystoscopie is een kijkonderzoek in de blaas, uitgevoerd met een cystoscoop. Dit is een dun buisvormig instrument, waarmee de uroloog in de plasbuis en in de blaas kan kijken.
Meestal wordt een flexibele scoop gebruikt, die de natuurlijke bocht in de plasbuis bij de man soepel volgt. Omdat de plasbuis van de vrouw erg kort is wordt er soms een starre scoop gebruikt.
Als daar aanleiding voor is kan via de scoop een klein stukje blaasweefsel (biopt) weg worden genomen voor onderzoek.
Bij het maken van een echografie wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven, met een zo hoge frequentie, dat ze voor het menselijk oor niet meer hoorbaar zijn.
Omdat de echo-sonde goed in contact moet zijn met de huid wordt een heldere waterige gel aangebracht. De dokter of de laborant, beweegt dan met het apparaatje over de buik en kijkt op een tv-scherm naar de beelden. Op deze manier kunnen de nieren en de blaas bekeken worden.
Het onderzoek is onschadelijk, niet-pijnlijk en duurt enkele minuten.
De prostaat is een klier, die dient voor de productie van zaadvloeistof. Hij bevindt zich aan de onderzijde van de blaas, daar waar de blaas overgaat in de plasbuis. De prostaat kan worden onderzocht door middel van echo.
Dit is een onderzoek met geluidsgolven, met een zo hoge frequentie, dat ze voor het menselijk oor niet meer hoorbaar zijn. Een inwendige echo gebeurt met een vingerdik apparaat, dat via de anus wordt ingebracht. Met de echo wordt gekeken ̊of er onregelmatigheden zijn. Ook het volume van de prostaat wordt gemeten en er kan gekeken worden naar de zaadblaasjes.
Indien het nodig is kunnen er biopten via de echo genomen worden uit de prostaat.
Bij dit onderzoek wordt uw balzak bekeken met behulp van geluidsgolven, met een zo hoge frequentie, dat ze voor het menselijk oor niet meer hoorbaar zijn (echo). Op deze manier kan de oorzaak van een zwelling of pijn in de balzak worden beoordeeld.
De echo wordt meestal liggend uitgevoerd, soms ook staand. De broek moet wat zakken. Omdat de echo-sonde goed in contact moet zijn met de huid wordt een heldere waterige gel aangebracht. De dokter of de laborant, beweegt dan met het apparaatje over de balzak en kijkt op een tv-scherm naar de beelden.
Het onderzoek is onschadelijk en niet-pijnlijk. Het onderzoek duurt enkele minuten.
Als er prostaatkanker is vastgesteld, kan het soms nodig zijn om de lymfeklieren uit de onderbuik te verwijderen.
De ingreep is bedoeld om te beoordelen of de tumor beperkt is gebleven tot de prostaat of dat tumorcellen zich hebben verspreid door het lichaam. Dit verspreiden van tumorcellen gebeurt via de lymfebanen en/of via het bloed. Uitzaaiingen zullen daarom als eerste in de aangrenzende lymfeklieren worden aangetroffen.
Deze operatie maakt geen deel uit van de eigenlijke behandeling van de prostaatkanker, maar geeft informatie die nodig is om tebeslissen welke behandeling geadviseerd wordt.
Retrograde pyelografie is een onderzoek waarbij er contrastfoto’s worden gemaakt van de urineleider en het nierbekken.
Dit onderzoek wordt gedaan als er een steen of vernauwing is in de urineleider of dat er hier onduidelijkheid over is.
De uroloog brengt een dun kijkbuisje (cystoscoop) via de plasbuis in uw blaas. Via de kijker wordt de blaas met water gevuld en kan de uroloog in de blaas kijken (cystoscopie). Een dun slangetje wordt een klein stukje via de scoop in de urineleider opgevoerd. Hierdoorheen wordt contrastvloeistof in de urineleider en de nier gebracht. Intussen worden enkele röntgenfoto’s gemaakt. Dan wordt de cystoscoop met het slangetje uitgenomen en is het onderzoek klaar.
Het onderzoek duurt ongeveer 10 minuten.
Bij dit onderzoek wordt met behulp van verbandmateriaal (PAD is Engels voor verband) het urineverlies gewogen. De test wordt uitgevoerd om na te gaan hoeveel urineverlies er optreedt bij een bepaalde vulling van de blaas en het bij het doen van een aantal oefeningen.
Bij deze test draagt u verband in uw ondergoed dat vooraf is gewogen en na de test opnieuw wordt gewogen. Op deze manier kan de hoeveelheid urineverlies worden aangetoond.
Soms is het nuttig de kracht van de blaasspier zelf te meten. Dit gebeurt met een zogenaamd UroDynamisch Onderzoek, kortweg UDO. Tijdens dit onderzoek van een half uur wordt de blaas langzaam gecontroleerd gevuld terwijl drukmeting plaatsvindt in blaas en endeldarm. De kracht van de blaas en de mate van obstructie wordt dan in een grafiek uitgedrukt.
Lees in de folder meer over het UDO.