Bij mannen met plasklachten zal de uroloog een aantal onderzoeken willen doen:
IPSS en mictielijst
Om de plasklachten in beeld te brengen wordt gebruik gemaakt van een vragenlijst (IPSS).
Het is belangrijk een beeld te krijgen van hoe vaak men plast, en hoeveel urine er dan komt. Hier worden plaslijsten voor gebruikt (Mictielijst).
Straalmeting / uroflowmetrie
Met een straalmeting wordt de kracht van de straal gemeten. Hiervoor moet u met gevulde blaas op de poli komen en in een elektronische meettrechter plassen. Daarna wordt met een echo de hoeveelheid urine gemeten die misschien na het plassen achter bleef in de blaas.
Cystoscopie / Blaasspiegelingsonderzoek
Soms zal de uroloog willen weten hoe de plasbuis, het gedeelte van de plasbuis in de prostaat en hoe de blaas er van binnen uitzien. Dit om vernauwingen en andere afwijkingen op het spoor te komen, en om er achter te komen hoe de situatie bij een eventuele prostaatoperatie zal zijn.
Uro-Dynamisch-Onderzoek
Soms is het nuttig de kracht van de blaasspier zelf te meten. Dit gebeurt met een zogenaamd Uro-Dynamisch-Onderzoek, kortweg UDO. Tijdens dit onderzoek van een half uur wordt de blaas langzaam gecontroleerd gevuld terwijl drukmeting plaatsvindt in blaas en endeldarm. De kracht van de blaas en de mate van obstructie wordt dan in een grafiek uitgedrukt.