Aandoeningen

Zwelling van de balzak

Zwelling van de balzak kan veroorzaakt worden door:

  • Hydrocèle of waterzak
  • Spermatocèle of epididymiscyste
  • Varicocèle
  • Epididymitis of bijbalontsteking
  • Teelbalkanker

Hieronder vindt u meer uitleg hierover.

 

Hydrocèle of Waterzakbreuk

De testikels zijn omgeven door een vlies (tunica Vaginalis). Dit vlies maakt een dun laagje vocht aan waardoor de ballen los en bewegelijk in het scrotum zitten. Soms maakt dit vlies meer vocht aan dan het opneemt waardoor zich langzaam meer vocht ophoopt om de testikel.

Dit wordt een Hydrocèle of Waterzakbreuk genoemd.

Een Hydrocèle komt meestal eenzijdig voor, maar kan ook rond allebei de teelballen ontstaan.

Een Hydrocèle kan met een relatief kleine ingreep via de balzak worden verwijderd. Deze ingreep wordt op de operatiekamer uitgevoerd en kan in dagopname plaatsvinden.

De uroloog zal u pas adviseren de Hydrocèle weg te halen als hij echt klachten geeft, bijvoorbeeld als hij in de weg zit bij lopen, zitten of fietsen.

 

Spermatocèle of Epididymiscyste

In de Bijbal, of Epididymis, rijpen de jonge zaadcellen uit, en worden langzaam richting zaadleider getransporteerd. Het gekronkelde buisje waar de bijbal feitelijk uit bestaat is dunwandig. Soms ontstaat een kleine uitstulping van de wand. Deze kan langzaam (maanden tot jaren) uitgroeien tot een knikker van enkele millimeters tot meerdere centimeters. Dit type zwelling heet een Spermatocèle, Bijbalcyste of Epididymiscyste. Soms ontstaan meerder spermatocèles, soms aan twee kanten. Het is een goedaardige aandoening.

Een Spermatocèle komt meestal eenzijdig voor, maar kan ook rond allebei de teelballen ontstaan.

Een Spermatocèle kan met een relatief kleine ingreep via de balzak worden verwijderd. Deze ingreep wordt op de operatiekamer uitgevoerd en kan in dagopname plaatsvinden.

De uroloog zal u pas adviseren de Spermatocèle weg te halen als hij echt klachten geeft, bijvoorbeeld als hij in de weg zit bij lopen, zitten of fietsen.

 

Varicocèle

Een varicocèle is een spatader in de zaadstreng. De zaadstreng loopt links en rechts vanuit de teelbal omhoog door het lieskanaal naar de buikholte. In de zaadstreng zitten de bloedvaten van de teelballen met de zaadleider. Rechts mondt de ader van de testis laag in de buik uit in een groter bloedvat, links veel hoger. Daardoor heerst in de linker ader en de zijtakken een hogere druk. Deze druk wordt gereguleerd door een klepsysteem in deze ader. Dit klepsysteem functioneert niet altijd goed. Dan ontstaat stuwing en wordt het vat en de parallel lopende zijtakjes langzaam wijder en wijder. Uiteindelijk zo wijd dat het voelbaar en zichtbaar wordt aan de zijkant van de balzak. Dit kan gepaard gaan met jeuk-achtige sensaties onder de huid. Een varicocèle ontstaat vaak tussen het 12e en 35e jaar, veelal dus in de vruchtbare periode.

Een varicocèle kan geen kwaad. Een varicocèle leidt niet tot onvruchtbaarheid.

De artsen zullen terughoudend zijn in een eventuele operatieve behandeling. Daarbij worden in de lies alle aderen van de zaadstreng minutieus opgezocht en afgebonden. Hierbij loopt zowel de zaadleider als de (zeer dunne) slagader naar de teelbal gevaar. De varicocèle komt na enige tijd vaak weer terug.

Het is ook mogelijk om via radiologische technieken de spatader zichtbaar te maken met contrastvloeistof. Vervolgens wordt dan een afsluitend veertje in de spatader geschoten, zodat de spatader afsterft (embolisatie). De succeskans van deze ingreep is ongeveer 80%.

 

Epididymitis of Bijbal-ontsteking

De Bijbal, of Epididymis, is een orgaan dat zich als een worm naast de teelbal bevindt. Feitelijk is de bijbal de sterk gekronkelde en dun opgevouwen verzamelbuis van sperma-cellen die in de teelbal werden geproduceerd. Het sperma rijpt verder uit in de bijbal. Naar boven toe wordt dit buisje steeds iets breder en mondt uit in de zaadleider (vas deferens). Hierin wordt het zaad via het lieskanaal en de buik naar de plasbuis geleid, waar het na een orgasme de wijde wereld kan verkennen.

In de bijbal kunnen virussen en bacteriën neerstrijken. Meestal bereiken die de bijbal via de bloedbaan, maar omdat er via de plasbuis een verbinding met de buitenwereld bestaat is het mogelijk dat bacteriën de bijbal via de zaadleider infecteren. De aanwezigheid van bacteriën leidt lang niet altijd tot een werkelijke ontsteking; het immuunsysteem houdt de bacterie-aanvallen in toom. Een enkel keertje kan een ontsteking van de bijbal wel doorzetten. Er ontstaat langzaam (uren tot dagen) pijn in de balzak, er kan koorts ontstaan, met roodheid en zwelling.

Vaak gaat een bijbal-ontsteking in dagen vanzelf over, maar als deze doorzet kan antibiotica nodig zijn.

 

Teelbalkanker

Teelbalkanker (Zaadbalkanker / Testiscarcinoom / Seminoom / Non-seminoom) is zeldzaam en komt het meest voor in de leeftijdscategorie tussen 20 en 40 jaar. Teelbalkanker begint over het algemeen als een klein hard knobbeltje aan één van de testikels dat langzaam(dagen tot weken) groter wordt, geen pijn doet en niet vanzelf kleiner wordt of weggaat. Als dát het geval is, of als u twijfelt, moet snel een arts worden geraadpleegd. Er zal echografisch onderzoek van het scrotum worden gedaan.

Teelbalkanker  is een agressieve ziekte, maar is gelukkig zeer goed te behandelen en kent een zeer hoog genezingspercentage met zeer goede  overleving.

De behandeling bestaat meestal uit het wegnemen van de aangedane bal. Met bloedtesten en CT van buik en longen wordt gezocht naar eventuele uitbreiding (metastasering) van de ziekte in lymfeklieren of andere organen. Meestal blijkt met het wegnemen van de testikel al genezing te zijn bereikt, soms zijn enkele chemokuren of bestraling nodig. De poliklinische follow up is vrij intensief en minstens tien jaar. Gelukkig wordt de vruchtbaarheid gewaarborgd door de tweede testikel. Als hier twijfel over zou bestaan (bv. bij het geven van chemotherapie) kan zaad worden ingevroren voor later.

 

  • Is het hele scrotum dikker en kunt u de teelbal zelf niet meer voelen, zie dan het hoofdstuk over Hydrocèle
  • Is er een zwelling boven of naast de verder gladde teelbal ontstaan, zie dan het hoofdstuk over Spermatocèle

Zaadbalkanker / Teelbalkanker

Teelbalkanker (Zaadbalkanker / Testiscarcinoom / Seminoom / Non-seminoom) is zeldzaam en komt het meest voor in de leeftijdscategorie tussen 20 en 40 jaar. Teelbalkanker begint over het algemeen als een klein hard knobbeltje aan één van de testikels dat langzaam(dagen tot weken) groter wordt, geen pijn doet en niet vanzelf kleiner wordt of weggaat. Als dát het geval is, of als u twijfelt, moet snel een arts worden geraadpleegd. Er zal echografisch onderzoek van het scrotum worden gedaan.

Teelbalkanker  is een agressieve ziekte, maar is gelukkig zeer goed te behandelen en kent een zeer hoog genezingspercentage met zeer goede  overleving.

De behandeling bestaat meestal uit het wegnemen van de aangedane bal. Met bloedtesten en CT van buik en longen wordt gezocht naar eventuele uitbreiding (metastasering) van de ziekte in lymfeklieren of andere organen. Meestal blijkt met het wegnemen van de testikel al genezing te zijn bereikt, soms zijn enkele chemokuren of bestraling nodig. De poliklinische follow up is vrij intensief en minstens tien jaar. Gelukkig wordt de vruchtbaarheid gewaarborgd door de tweede testikel. Als hier twijfel over zou bestaan (chemo) kan zaad worden ingevroren voor later.

 

  • Is het hele scrotum dikker en kunt u de teelbal zelf niet meer voelen, zie dan het hoofdstuk over Hydrocèle bij zwellingen in de balzak
  • Is er een zwelling boven of naast de verder gladde teelbal ontstaan, zie dan het hoofdstuk over Spermatocèle bij zwellingen in de balzak

 

Blaasstenen

Steentjes in de blaas kunnen vaak gemakkelijk uitgeplast worden. Grote blaasstenen of een groot aantal blaasstenen kunnen wel klachten veroorzaken, zoals:

  • Pijn bij het plassen
  • Moeite met plassen door een zwakke of zelfs onderbroken straal.
  • Bloed in de urine.
  • Vaak aandrang voelen.
  • Pijn in de buik en onderrug.
  • Koorts en koude rillingen.

Bij het vermoeden van blaasstenen kan er een röntgenfoto en/of een echo van de buik worden gemaakt. Ook kan er middels een cystoscopie in de blaas worden gekeken.Bij de aanwezigheid van stenen in de blaas is er meer kans op het hebben van een blaasontsteking. De urine zal daarom ook worden onderzocht.

 

Indien blaasstenen niet spontaan geloosd kunnen worden kunnen ze operatief worden verwijderd. Een cystolithotrypsie. Er gaat dan een buisje via de plasbuis naar binnen. De stenen kunnen in de blaas eventueel kleiner worden gemaakt en worden uitgespoeld of met een grijpertje worden verwijderd.

Als de stenen erg groot zijn of het zijn er veel kan een operatie via de buikwand nodig zijn (sectio alta) om de stenen te verwijderen.

Vernauwing in de plasbuis

Een vernauwing in de plasbuis kan verschillende oorzaken hebben:

  • Anatomische aanleg (bijvoorbeeld kleppen in de plasbuis, aangeboren vernauwing van de plasbuis)
  • Plaatselijke beschadiging door ongeval (bijvoorbeeld een val op de fietsstang)
  • Een ontsteking van de plasbuis
  • Na het inbrengen van een katheter (slangetje via de plasbuis naar de blaas om urine af te laten lopen)
  • Na een eerdere urologische ingreep via de plasbuis Het slijmvlies waarmee de plasbuis is bedekt is dus beschadigd en het ontstane littekenweefsel vernauwt de plasbuis.

De volgende ervaringen kunnen wijzen op een vernauwde plasbuis:

  • De kracht van de urinestraal bij het plassen is verminder.
  • Persen om de blaas goed leeg te plassen.
  • Het duurt lang voordat de blaas leeg is.
  • Niet goed leeg plassen waardoor er meer kans is op een blaasontsteking.
  • De vernauwing kan ook worden ontdekt bij het inbrengen van een blaaskatheter. De katheter kan op de plek van de vernauwing niet verder opgevoerd worden.

Vernauwing urineleider

Urineweginfecties


Een urineweginfectie is een ontsteking van de urinewegen.
Een blaasontsteking beperkt zich tot de lage urinewegen (blaas, plasbuis). Een opstijgende ontsteking naar de hoge urinewegen kan leiden tot een nierbekkenontsteking. Nierbekkenontsteking is ernstiger dan een blaasontsteking.

De urinewegen bestaan uit

  • de nieren
  • de urineleiders
  • de blaas
  • de plasbuis
  • de prostaat bij de man

Algemene oorzaken urineweginfecties.
Bacteriën dringen via de plasbuis de blaas binnen en kunnen daar tot een ontsteking leiden. De kans op blaasontsteking is groter bij vrouwen dan bij mannen. Vrouwen hebben een kortere plasbuis dan mannen. Ook ligt de plasbuis bij vrouwen dichter bij de anus. Bij geslachtsgemeenschap of bij het afvegen van ontlasting kunnen bacteriën makkelijk in de plasbuis komen. Vrouwen in de overgang kunnen ook eerder last krijgen van een urineweginfectie. Net als mensen met suikerziekte en mensen die niet goed kunnen leeg plassen.

Verschijnselen kunnen zijn
• Pijn of een branderig gevoel tijdens het plassen;
• Vaak aandrang en steeds kleine beetjes moeten plassen;
• Pijn onder in de buik of rug;
• Bloed in de urine; • Ongewild urineverlies; • Koorts.

Urineverlies

Er zijn verschillende vormen van urineverlies:

  • Urineverlies bij inspanning (stressincontinentie)
  • Urineverlies bij aandrang (urge-incontinentie)
  • Gemengde incontinentie
Stressincontinentie

Met ‘stress’ wordt de druk in de buikholte bedoeld. Die druk neemt plotseling toe door het aanspannen van de buikspieren. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij niezen, hoesten, lachen, tillen, sporten of plotseling opstaan. De sluitspier van de blaas en de bekkenbodem kunnen de verhoogde buikdruk onvoldoende opvangen, met urineverlies als gevolg. Dit wordt ook wel inspanningsurineverlies genoemd.

Urge-incontinentie

Bij aandrangincontinentie kunt u heel vaak aandrang hebben om te plassen. Dat kan zelfs ieder half uur zijn. Soms is de aandrang zo sterk of plotseling dat u het toilet niet op tijd haalt. Verandering van lichaamshouding, lopen of het geluid van stromend water veroorzaken soms ook urineverlies. Dat kan ook ’s nachts gebeuren.

Gemengde incontinentie

Er is sprake van zowel urge- als van stressincontinentie. Voor de behandeling is het belangrijk te onderzoeken van welke vorm de patiënt het meeste last heeft.

Uretersteen

Wat is een uretersteen?

Een uretersteen is een niersteentje dat in de urineleider (= ureter) is vastgelopen

Hoe vaak komt het voor?

Ureterstenen komen redelijk vaak voor. De diagnose wordt in Nederland jaarlijks zo’n 4500 keer gesteld.

 

Sterilisatie wens bij de man

Sterilisatie wordt beschouwd als een definitieve anticonceptiemethode, dat wil zeggen dat de ingreep in principe onomkeerbaar is. Sterilisatie is dan ook alleen een goede keuze wanneer u heel zeker weet dat u geen kinderen (meer) wilt. Sterilisatie van de man, ook wel dubbelzijdige vasectomie genoemd, is een zeer veilige vorm van anticonceptie.

Vasectomie is een eenvoudige ingreep die onder plaatselijke verdoving poliklinisch wordt uitgevoerd. Het principe is dat beide zaadleiders worden doorgesnedenen afgebonden. Daardoor kunnen zaadcellen de zaadvloeistof niet meer bereiken, zodat de geloosde zaadvloeistof geen zaadcellen meer bevat. Sterilisatie is niet van invloed op uw seksuele leven.

Blaaskanker, spierinvasief

Blaastumoren kunnen als een spierinvasieve tumor ontstaan, maar beginnen meestal als niet-spierinvasieve tumoren. Spierinvasief wil zeggen dat de tumor door het slijmvlies van de blaaswand (urotheel, epitheel) en de bindweefsellaag (lamina propria) is ingegroeid in de daaronder gelegen spierlaag (musculus detrusor).

Dit in tegenstelling tot de niet-spierinvasieve blaastumoren waarbij de tumorgroei zich heeft beperkt tot het blaasslijmvlies of bindweefsellaag.

Omdat bij spierinvasieve blaastumoren de tumor al in de diepere lagen van de blaaswand is ingegroeid, wordt de kans groter dat er kankercellen losraken die zich vervolgens in het lichaam verspreiden. Deze losgeraakte cellen kunnen op andere plaatsen uitgroeien tot nieuwe gezwellen, uitzaaiingen of metastasen genoemd. Via het lymfevocht kunnen uitzaaiingen ontstaan in de lymfeklieren rond de blaas en via het bloed in lever, longen, buikvlies en botweefsel.

Als de diagnose spierinvasieve blaastumor (na een blaastumoroperatie of TUR) wordt vastgesteld is aanvullende diagnostiek nodig voor het opstellen van een goed behandelingsplan. En voor het inschatten van de kans op een g behandeling. Het vervolgonderzoek bestaat uit een uitgebreid bloedonderzoek, een CT-scan van de buik en een röntgenfoto van de longen. De uitslag van het bloedonderzoek kan in sommige situaties aanleiding zijn tot het maken van een botscan.

De behandeling kan bestaan uit een operatie, bestraling (uitwendig of inwendig), chemotherapie of een combinatie.

Tegenwoordig kan de uroloog u adviseren eerst te starten met een behandeling met chemotherapie, voorafgaand aan een operatie waarbij de gehele blaas wordt verwijderd (cystectomie). Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat in sommige situaties het geven van chemotherapie voor de operatie de overleving op langer termijn verbeterd. Dit is onder andere afhankelijk van het stadium van de blaaskanker en uw lichamelijke conditie. In het multidisciplinair behandelteam wordt besproken of u voor deze behandeling in aanmerking komt.